1. Meedoen zonder grenzen 

Iedereen moet mee kunnen doen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Van flexwerker tot migrant tot iemand met een arbeidsbeperking. 




Wij dromen van een arbeidsmarkt waarin plaats is voor een ieder die op zijn of haar manier wil meedoen. Laten we ruimte maken voor mensen die nu aan de kant dreigen te raken.

Het werkloosheidspercentage in Nederland lag eind 2018 onder de 3.6 procent en dat is extreem laag. Dat is op zich natuurlijk positief nieuws. Maar als je goed kijkt, aldus Ton Wilthagen in zijn boek Parallelle arbeidsmarkt, dan zie je dat de groepen mensen die tien jaar geleden al niet konden meekomen in de economie, dat nog steeds niet kunnen. In een tijd waarin je geacht wordt zelf de regie te nemen en zelfredzaam te zijn, vallen zij nog steeds buiten de boot. 

Afstand tot de arbeidsmarkt
Deze mensen hebben een afstand tot de arbeidsmarkt. Je spreekt van ‘een afstand tot de arbeidsmarkt’ als je langer dan zes maanden niet aan een regulier arbeidsproces hebt deelgenomen; of dat nou komt door ziekte, ontslag of door een fysieke beperking. Denk bijvoorbeeld aan de jonge niet-westerse migranten, die veel vaker werkloos zijn. Aan de mensen met een arbeidsbeperking, die vaak niet kunnen meedoen en aan de 55-plussers, van wie er te veel langdurig werkloos blijven. En dat vindt CGMV geen goede zaak.

Eerlijke verdeling
Wij gaan voor een eerlijke verdeling op de arbeidsmarkt. In Mattheüs 20 (1-16) laat Jezus iets doorschemeren over Gods nieuwe wereld. Hij geeft ons het voorbeeld van de eigenaar van de wijngaard. Die zegt aan het eind van de dag tegen de mannen die troosteloos aan de kant staan omdat ze geen werk hebben: ga aan de slag in mijn wijngaard en doe mee. En Hij geeft ze hetzelfde loon als de arbeiders met wie hij al in de ochtend een afspraak had gemaakt.

Sociale zekerheid
De afgelopen jaren is er op het terrein van de sociale zekerheid veel op de werkgevers afgewenteld, een reden waarom de Nederlandse arbeidsmarkt zo geflexibiliseerd is. De Wet werk en bijstand (WWB), de WSW en een groot deel van de Wajong hebben plaats moeten maken voor de Participatiewet. Iedereen in Nederland die kan werken, maar het op de arbeidsmarkt niet redt zonder ondersteuning, valt onder de Participatiewet. De wet moet ervoor zorgen dat meer mensen met een arbeidsbeperking werk vinden in het gewone bedrijfsleven. Maar de Participatiewet is gericht op eigen verantwoordelijkheid en omzien naar elkaar. Niet elke doelgroep wordt hiermee bediend. Dus blijven er gemakkelijk mensen aan de zijlijn staan. De participatiewet heeft naast nadelen ook voordelen. Het verdient daarom de voorkeur om deze een revisie te laten ondergaan. 

Wat doe je met die mensen? De sociale werkplaatsen zijn er niet meer. Een deel van de mensen met een arbeidshandicap kan deelnemen aan beschut werk, maar een groot gedeelte zit gewoon thuis. Het mooie idee om mensen met een arbeidsbeperking mee te laten doen op gewone werkplekken was illusiepolitiek in combinatie met de bezuiniging van 1,2 miljard euro, die tegelijkertijd gerealiseerd moest worden. 

Wat doen we nu? Kiezen we er met elkaar voor om mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een baan te geven? Kiezen we er met elkaar voor om jongeren na een aantal flexcontracten een vast dienstverband aan te bieden, met meer toekomstperspectief? Wat CGMV betreft wel! Want met mensen die door een baan meer zingeving ervaren gaat het op alle vlakken gewoon beter. Dat scheelt de maatschappij op andere terreinen weer kosten. En jongeren die meer zekerheid krijgen door een vast contract voelen zich meer gewaardeerd, zijn minder gestrest en kunnen meer aan. 

Maar dan moeten we daar met elkaar wel voor kiezen. Dan moeten we als samenleving de maatschappelijke verantwoordelijkheid nemen om die groep mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt te helpen. Bijvoorbeeld door basisbanen in het leven te roepen. Mensen hun aandeel laten leveren biedt voldoening en draagt bij aan het gevoel van eigenwaarde. Wellicht moeten we het concept van de sociale werkvoorziening een nieuw jasje geven: de structuur en veiligheid van de sociale werkvoorziening, gecombineerd met maatschappelijk nuttig werk, blijft nodig voor sommige doelgroepen. Wat is het ons in Nederland waard om deze mensen aan het werk te hebben? Dat heeft niet alleen met economie te maken, maar misschien nog wel meer met beschaving. 

Flexwerkers
Doordat er zoveel van de sociale zekerheid op werkgevers is afgewenteld, zijn werkgevers kopschuw geworden om vaste banen aan te bieden. De flexibilisering is verder toegenomen en daarmee ook het aantal onzekere banen en het aantal zzp’ers. Een flexwerker is een werknemer zonder vast arbeidscontract. Als flexwerker werk je dus meestal niet lang voor dezelfde werk- of opdrachtgever. Ook het aantal uren dat gewerkt wordt is vaak niet vastgelegd, waardoor een werknemer flexibel ingezet kan worden en de ene week bijvoorbeeld 10 uur werkt en de andere week 25 uur. 

In Nederland werken nu meer dan drie miljoen flexwerkers (zzp´ers, uitzendkrachten, payrollers, seizoenarbeiders, oproepkrachten en werknemers met een nulurencontract). Een aantal van deze flexwerkers heeft er zelf voor gekozen om op flexibele basis te werken. Maar velen van hen hadden geen keus en proberen op deze manier het hoofd boven water te houden. Voor werkgevers zijn flexwerkers goedkoper dan vaste krachten. Er wordt met elkaar geconcurreerd op de prijs van arbeid en flexibele schillen worden dusdanig groot, dat de vraag urgent wordt of al dat reguliere werk eigenlijk wel door flexwerkers moet worden gedaan. 

Wat CGMV betreft mag het soort contract niet bepalen hoe je maatschappelijk mag en kunt meedoen. Werkenden met een vast arbeidscontract hebben gemakkelijker toegang tot wonen, scholing en een pensioen. Voor mensen met een flexibel arbeidscontract is dit vaak een stuk ingewikkelder. Wij vinden dat niet eerlijk. Werkgevers moeten volgens ons meer investeren in hun flexwerkers. Geef ook de flexwerker de mogelijkheid op scholing en draag zorg voor goede arbeidsvoorwaarden. Uiteindelijk moeten arbeidsvoorwaarden voor alle vormen van arbeid gewoon gelijkwaardiger worden. Zodat voorzieningen voor iedereen even toegankelijk zijn en iedereen gelijkwaardig mee kan doen.

Mee blijven doen
De pensioengerechtigde leeftijd is de leeftijd waarop je al dan niet vrijwillig stopt met werken vanwege je leeftijd, en/of waarop een ouderdomspensioen ingaat. Door de vergrijzing stijgt deze leeftijd tegenwoordig jaarlijks. Per 1 januari 2018 is de pensioengerechtigde leeftijd op 68 jaar komen te liggen. Ben je nu 40 jaar dan heb je pas vanaf je 70e recht op pensioen. Het is al lastig om als 50-plusser weer aan het werk te komen. Maar straks moet je als 65-plusser nog driftig gaan zoeken naar een nieuwe baan. Want je pensioen gaat pas in als je 70 bent.

Maar hoe realistisch is dit scenario? Ben je op je 70e nog in staat om zware lichamelijke arbeid te verrichten, die je op je 40e kon doen? Ben je nog in staat om met stress om te gaan, zoals je dat vroeger kon? Wellicht kun je nog van alles doen, maar niet met die lichamelijke en psychische belasting zoals je die in jonger jaren kon dragen. En wat betekent het voor werkgevers? Hoe ziet een baan eruit die geschikt is voor een 69-jarige? Is dat dezelfde baan als toen die werknemer 50 was? 

Demotie
Voor sommige werknemers zal het geen probleem zijn om langer door te werken. Voor anderen wordt het een enorme opgave. Deze werknemers vragen zich dan ook af: hoe houd ik dat vol? Hoe blijf ik vitaal? 

Een manier om het werken langer vol te houden is demotie. Demotie betekent van een hogere functie teruggaan naar een lagere functie. Het is het tegenovergestelde van promotie. Demotie houdt dan ook vaak een salarisverlaging in. Maar ook de werkdruk neemt af en eventueel ook het aantal werkuren. ‘Een stapje terugdoen’ wordt vaak als falen ervaren. Maar als je het bekijkt vanuit een gezonde levensplanning, dan is het eigenlijk slechts anticiperen op wat je nodig hebt in een andere levensfase om gewoon langer met plezier je werk te kunnen blijven doen. Vitaliteit is dan het doel. 

Als werkgever en werknemer samen in goed overleg een demotie overeenkomen, dan kan dat een positieve manier zijn voor de werkgever om oudere werknemers binnen het bedrijf te houden (in plaats van dat ze uitvallen of met vervroegd pensioen gaan). Voor werknemers kan het een manier zijn om het werken langer vol te houden. Zeker als ze de overstap kunnen maken van fysiek werk naar bijvoorbeeld een administratieve baan. 

Concreet: 

  • Ontwikkel basisbanen voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en laat hen meedoen.
  • Wij pleiten voor een periodieke revisie van de Participatiewet. 
  • Steek de sociale werkvoorziening in een nieuw jasje: de structuur en veiligheid van de sociale werkvoorziening gecombineerd met maatschappelijk nuttig werk.
  • Het type contract mag niet bepalen op welke manier iemand in staat is om mee te doen. Werkgevers moeten óók investeren in hun flexwerkers, zodat zij toegang krijgen tot scholing en vergelijkbare arbeidsvoorwaarden als vaste krachten.
  • Ontwikkel een op leeftijd aangepaste vitaliteitsplanning.

sitemap    disclaimer