4. Vangnet met perspectief

Met een vangnet dat lang genoeg is als overbrugging om van de ene naar de andere baan te stappen of om nieuwe opdrachten te verkrijgen.




Wij dromen van een veilige situatie als je onverhoopt tussen twee banen of opdrachten in komt te zitten. Een vangnet waarbinnen ruimte is voor het zoeken naar perspectief.


Werknemers
Voor werknemers is de WW een vangnet (met activerende werking) voor een periode van werkloosheid tussen twee banen voor maximaal twee jaar. Ben je door persoonlijke omstandigheden of door een haperende economie niet in staat om binnen deze periode een nieuwe baan te vinden, dan wacht een uitkering vanuit de participatiewet. 

Werknemers ontvangen, als ze langer dan twee jaar in dienst geweest zijn, een transitievergoeding bij ontslag door de werkgever (bij inwerkingtreding van de Wet Arbeidsmarkt in Balans – het beoogde tijdstip hiervoor is 1 januari 2020 - bouwen werknemers vanaf dag één dit recht op  transitievergoeding op). 

Het is onze uitdrukkelijke wens dat deze vergoeding vanaf dag één nadat je bent ontslagen (behoudens ernstige verwijtbaarheid) ingezet wordt, zodat ook flexwerkers hun arbeidsmarktpositie kunnen verbeteren. Deze transitievergoeding is enerzijds een vergoeding voor het verlies van je baan - en daarmee inkomen - en dient anderzijds voor het bevorderen van je ‘employability’ ofwel de transitie van werk naar werk. Deze vergoeding zou dus tenminste deels ingezet moeten worden voor scholing, waarmee de werknemer aantrekkelijker blijft voor de arbeidsmarkt. 

Scholingskosten zijn, onder bepaalde voorwaarden, voor de werkgever aftrekbaar van de transitievergoeding, mits schriftelijk vastgelegd. Als de werknemer zelf scholingskosten maakt om zijn of haar inzetbaarheid te vergroten vinden wij dat deze zonder drempel ook fiscaal aftrekbaar zouden moeten zijn. Nu geldt een maximumaftrek van € 15.000,- per jaar en een drempel van  € 250,-. Wij vinden het niet juist dat er een drempel is voor het vergroten van eigen inzetbaarheid. 

Daarnaast moet wat ons betreft de regelgeving zodanig zijn dat óók het aanvaarden van een baan voor enkele uren per dag lonend is. Het is weliswaar een uitdaging om een rechtvaardig model te handhaven, dat voorziet in voldoende inkomen op het moment dat iemand zijn baan verliest en tegelijkertijd voldoende prikkels geeft om het verkrijgen van werk en daarmee inkomen lonend te houden. Het is immers in ieders belang dat mensen aan het werk blijven. Een tijdelijke fiscale compensatie voor het accepteren van een baan met grotere reisafstand en de daarbij gepaard gaande inkomensverlagende reiskosten, is wat ons betreft een dergelijke prikkel. 

Zzp’ers
Voor zpp’ers is er op dit moment geen georganiseerd vangnet. Zzp’ers kunnen immers geen gebruik maken van de WW. Bij verlies van opdrachten moeten zij terugvallen op eigen gespaarde reserves. Zzp’ers zijn in principe ondernemers, die werken voor eigen rekening en risico. Ze moeten in beginsel zelf kunnen voorzien in hun levensonderhoud en tegenvallers in inkomen zelf kunnen opvangen. Dit gaat in veel gevallen gelukkig goed, maar voor sommigen is de praktijk echter anders. Zo kiest niet iedereen er voor om zzp’er te worden. Een aantal werknemers is door omstandigheden gedwongen zzp’er geworden. En met name deze groep overziet daarmee niet altijd de inkomensconsequenties. Deze mensen komen bij verlies van opdrachten in financiële problemen. Zij komen direct in de participatiewet terecht en vallen zo alsnog terug op de maatschappij, waarmee uiteraard ook kosten gemoeid zijn. Overigens kunnen ook zzp’-ers, die willens en wetens voor het zelfstandig ondernemerschap gekozen hebben, door allerlei omstandigheden in de financiële problemen komen. 

Zelfstandigenorganisaties werken aan een wettelijke basis van de ondernemersverklaring, die dient als opvolger voor de wet DBA. Daarmee wordt direct duidelijk wie ondernemer is en wie niet. En dat is nodig om te bepalen wie onder welk vangnet valt.

Mogelijkheden
Passende voorzieningen, zoals het vormen van een financiële buffer en het afsluiten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV), zijn alleen haalbaar als er voldoende inkomen is. 

In tijden van crisis of sterk veranderende marktomstandigheden is dit niet voor iedereen weggelegd. Om een goed vangnet voor zzp’ers mogelijk te maken dienen er marktconforme tarieven betaald te worden. Niet zelden worden zzp’ers ingezet om te besparen op arbeidskosten, waardoor deze groep ondernemers niet in staat is om een financiële buffer te vormen. De overheid heeft wat ons betreft nadrukkelijk een voorbeeldfunctie in het betalen van eerlijke tarieven. Ook wordt er al gekeken of er aan de onderkant minimum prijsafspraken gemaakt kunnen worden. Daarmee worden zzp-ers minder concurrerend voor de eigen werknemers en zullen vaste banen minder snel verdwijnen.   

Een broodfonds is een mooi initiatief van de zzp’ers zelf. Een broodfonds bestaat uit minimaal twintig tot maximaal vijftig ondernemers, die elkaar kennen en vertrouwen. Je kunt voor een broodfonds uitgenodigd worden, voor anderen kun je je aanmelden of je kunt er zelf een beginnen. In een broodfonds steun je elkaar bij ziekte. Daarvoor zet je elke maand een vast bedrag opzij. Degene die langdurig ziek is, krijgt van de anderen schenkingen om van te leven. Die schenkingen kun je maximaal twee jaar achtereen krijgen. 

Maar: voor arbeidsongeschikten moet er hoe dan ook een betaalbare regeling zijn. De AOV zou dan ook betaalbaarder moeten worden. Een collectieve basisvoorziening, gefinancierd uit de fiscale voordelen die zzp’ers hebben, zou hieraan een goede bijdrage kunnen leveren. 

Tegelijkertijd zijn er ook partijen die nieuwe vormen van een AOV op de markt brengen, eventueel in combinatie met een broodfonds. Zelfstandigen moeten zich hierop oriënteren.

Als er vanuit de overheid nagedacht wordt over een collectieve basisvoorziening, zou deze ook moeten voorzien in werkloosheid. Dit zou kunnen door de instelling van een fonds, bekostigd door een afdracht van zzp-ers c.q. vanuit de fiscale faciliteiten.

Onder voorwaarden kunnen zzp’ers een beroep doen op de bijzondere bijstand zelfstandigen (BBZ) of de wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ). Dit zijn echter maatwerktrajecten, die via de sociale dienst in de eigen gemeente lopen.

Arbeidsgehandicapten
Iemand die door een ziekte of handicap belemmeringen ervaart bij het vinden van een baan of bij het verrichten van arbeid (een arbeidsgehandicapte), moet ook zonder belemmeringen kunnen deelnemen aan het arbeidsproces met zicht op voldoende inkomsten. De staatssecretaris is op zoek naar alternatieven voor de loonsubsidie. Wat ons betreft moet een nieuwe regeling er in ieder geval in voorzien dat de last van de bureaucratie niet komt te liggen bij de betreffende doelgroep. 

CGMV onderstreept twee belangrijke punten: 

  1. Bij de loondispensatie moest de arbeidsgehandicapte zelf de regie gaan nemen en aanvullend inkomen bij de gemeente vragen. Nog los van de vraag of de arbeidsgehandicapte hier altijd zelf toe in staat is, kan dat ertoe leiden dat toeslagen terugbetaald moeten worden omdat het inkomen later hoger ingeschaald wordt door de Belastingdienst. Dit kan weer tot schulden en armoede leiden binnen deze kwetsbare groep. Dit is een ongewenste situatie. Bij het streven naar verbetering van de oude regels blijft dit voor ons een aandachtspunt.
  2. Daar waar arbeidsgehandicapten nog geen werk hebben, zouden leerwerkplekken gecreëerd moeten worden. Voor deze groep moet het ook mogelijk worden om een goed pensioen op te bouwen. Ons huidige pensioensysteem biedt namelijk weinig mogelijkheden voor minima om pensioen op te bouwen. Het minimumloon op jaarbasis ligt ongeveer € 6000,- hoger dan de AOW-franchise. Dat geeft wettelijk een smalle basis om een redelijk pensioen op te bouwen. Ook al omdat het tegelijkertijd lastig is om van een minimuminkomen geld opzij te leggen voor later. Heb je eenmaal de AOW-leeftijd bereikt, dan blijft het inkomen karig. De overheid zou er daarom over na moeten denken om voorwaarden te scheppen, zodat ook deze groep een redelijk pensioen kan opbouwen.

Eénoudergezinnen
Voor éénoudergezinnen dient eveneens aandacht te zijn in onze samenleving. Huidige regelingen geven onvoldoende ruimte om zorgtaken naar behoren te vervullen. Alleenstaande ouders worden soms gedwongen te werken, terwijl er juist zorg nodig is in hun gezin of bij zorgvragende grootouders. In een participatiemaatschappij waarin we naar elkaar om willen zien is dit ongewenst. Bij het beoordelen van de inkomensvoorziening door de overheid moet men de gezinssituatie meewegen. Zowel de overheid als de samenleving heeft er geen belang bij dat éénoudergezinnen ontsporen omdat de alleenstaande ouder moet gaan werken. De zorg voor het gezin moet op orde zijn.

Participatiewet
Uitkeringsgerechtigden, die een uitkering vanuit de participatiewet ontvangen, worden niet zelden verplicht om werkzaamheden te verrichten, zodat het arbeidsritme in stand blijft. Op zich is daar niets mis mee, maar met enige regelmaat komen er verhalen naar buiten, waarbij dit middel als doel ingezet wordt en veel te weinig naar het praktisch nut gekeken wordt. Veel van deze uitkeringsgerechtigden zijn prima in staat om passend vrijwilligerswerk te zoeken of doen dat al, terwijl anderen belast zijn met mantelzorg. Wil de participatiemaatschappij slagen, dan moet ook hier de situatie goed beoordeeld worden: niet uitgaan van de regels, maar uitgaan van de verplichtingen (mantelzorg) of van de al bestaande inzet (vrijwilligerswerk) en de situatie van de betreffende persoon, zoals leeftijd en werkervaring. 

Concreet

  • Gebruik de transitievergoeding als overbrugging van baan naar baan, gebruik die ook daadwerkelijk voor scholing. 
  • Bied ruimte voor zorgtaken voor alleenstaande ouders in de participatiewet. 
  • Creëer leerwerkplekken voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
  • Faciliteer werkgevers ook financieel om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt te begeleiden in hun baan.
  • Geef de Participatiewet zodanig vorm dat iemand die daaruit een uitkering ontvangt een ander mag helpen, zodat het arbeidsritme niet verloren gaat en de maatschappelijke betrokkenheid blijft. 
  • Veel gemeentes leggen mensen, die een uitkering vanuit de participatiewet ontvangen activiteiten op om zogenaamd het arbeidsritme te behouden. Zet dit middel alleen in daar waar nodig. Voor mensen die zelf vrijwilligerswerk doen of mantelzorg verrichten of op een leeftijd zijn, dat het verkrijgen van een baan moeizaam is, werkt dit averechts. Maak deze regelingen uniformer en doeltreffender.
  • Het vangnet niet verder beperken. Houd de WW op twee jaar. 


sitemap    disclaimer